HET VERBOND GODS
XXX De tucht des Woords. Onderwerping aan de tucht des Woords is maar niet een uitwendige zaak, alsof het een opgelegde wet gold. De vreeze Gods brengt zulk een gehoorzaamheid mede, en ofschoon de allerheiligste in dit leven nog slech ...
HET VERBOND GODS
XXXIII En het tweede gebod aan dit gelijk is : Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Als uzelf. Daar is voor een mensch niets zoo na als het zelf. Eigenlijk is 't woordje na nog te zeer verwijderd. Want het ik is het persoonlijke zelf. Vandaar dat een mensch ge ...
HET VERBOND GODS
XXXI Tot de tucht des Woords behoort in de eerste plaats kennis van het Woord. Hoe zal men naar en uit Gods Woord leven, als men het niet kent? God wil, dat Zijn Woord wordt gehoord en gehoorzaamd. Predikt het Evangelie aan alle creaturen, en dan volgt: leerende h ...
HET VERBOND GODS
XLII. Woord en belijdenis. Wij spraken over de belijdenis der kerk. Dat betreft dus de gereformeerde geloofsbelijdenis. Uit de reformatie zijn verschillende belijdenisschriften en kerkformaties opgekomen, die als ...
HET VERBOND GODS MET DEN MENSCH (16)
In de uitwerking van de leer aangaande het verbond der verlossing was er onder die theologen geen eenstemmigheid. Slechte in één punt is men eenstemmig geweest, en dat valt nu des te meer te betreuren, omdat juist in dit punt een afwijking van de reformatorische lijn moet worden geconstateerd, di ...
HET VERBOND GODS
XIV. De mensch is een redelijk-zedelijk wezen en daarom is hij een persoonlijkheid. Dit brengt ons tot een kenmerk des Verbonds, dat van groote beteekenis wordt voor alle voorafgaande beschouwingen. Het Verbond is niet alleen waarborg, dat God Zijn ordeningen en d ...